De spagaat van paus Leo XIV: meer inspraak voor gewone gelovigen of juist voor kardinalen?
Nederlands Dagblad | Hendro Munsterman
16 JAN 2026
Twee mogelijk tegenstrijdige uitdagingen liggen op het bord van paus Leo XIV. De eerste heeft hij van zijn voorganger Franciscus geërfd, de tweede is een wens van zijn kardinalen. Hoe kan hij iedereen te vriend houden? Een blik op de Duitse kerk kan de weg wijzen.
Paus Franciscus geloofde dat het zogenoemde ‘klerikalisme’ een van de hoofdproblemen was waar de Katholieke Kerk mee kampt.
Dit woord wijst op een kerkelijke cultuur waarbinnen (uitsluitend mannelijke en vrijwel uitsluitend celibataire) geestelijken buiten en boven het andere deel van de kerk staan. Zij vormen een soort kaste binnen de kerk, waarbinnen op niet transparante wijze besluiten worden genomen. Bovendien wordt daarover geen openbare verantwoording afgelegd.
In de dagen voorafgaand aan het conclaaf van 2013 pleitte de toenmalige aartsbisschop van Buenos Aires voor een kerk die zich niet institutioneel-navelstaarderig vooral met zichzelf bezighoudt, maar naar buiten treedt. De meerderheid van de kardinalen was dat met hem eens en verkoos hem tot opvolger van Benedictus XVI.
Beide pausen - Benedictus XVI en Franciscus - streden tegen ‘verwereldlijking’ van de kerk. Het woord ontleenden zij aan de Franse theoloog Henri de Lubac. Maar zij begrepen die verwereldlijking niet op dezelfde manier.
Benedictus zag het gevaar vooral buiten de kerk en pleitte dus voor een duidelijk afgegrensde ‘zuivere’ kerkgemeenschap die zich duidelijk van de wereld onderscheidt door haar rituelen en ideeën. Of ook waar nodig afscheidt.
Franciscus zag dat anders. Hij zag juist in het kerkelijke instituut met al zijn rituelen gevaarlijke vormen van wereldlijkheid.
Tot in de meest afgelegen parochies
‘Het laatste nog bestaande Europese monarchische hof’ noemde hij het Vaticaan. Want hij zag in het streven naar carrière van een deel van de geestelijkheid een ‘wereldse mentaliteit’, terwijl het in de kerk van Christus juist om dienstbaarheid moest gaan. Met veel aandacht voor de armen, voor hen die door de wereld juist gemeden worden.
Voor Franciscus was bijvoorbeeld het klerikalisme de voornaamste oorzaak van het systemische misbruik in de kerk. Want seksueel misbruik heeft, net als psychisch of geestelijk misbruik, haar wortel altijd in machtsmisbruik. En dat wordt door het klerikalisme bevorderd.
Het medicijn dat de Argentijnse paus uitvond voor de ziekte van het klerikalisme noemde hij ‘synodaliteit’. Daarmee bedoelde hij dat alle gedoopte gelovigen medeverantwoordelijkheid voor de kerk dragen, ook in besluitvormingsprocessen.
Voor deze cultuurverandering werd een heel proces opgetuigd om de Kerk te hervormen. Tussen 2021 en 2024 werd er wereldwijd, op alle niveaus en tot in de meest afgelegen parochies nagedacht over de vraag hoe deze nieuwe wijze van kerk-zijn vorm kon krijgen.
Is een keer per jaar genoeg?
Toen Franciscus vorig jaar stierf waren er echter nog geen besluiten genomen over hoe de kerk dan ook anders ingericht moet worden. Daarom zit Leo XIV nu opgescheept met die door Franciscus geschapen ruimte voor nieuwe kerkmodellen. Want die ruimte is nog niet geordend en ingericht.
Ondertussen hadden ook de kardinalen hun eigen wensen geuit. Zij voelden zich de afgelopen jaren te weinig geconsulteerd, lieten zij tijdens het voorconclaaf van 2025 weten.
Vorige week besloot Leo XIV hen daarom jaarlijks bij elkaar te gaan roepen voor overleg. De kardinaalsraad, de groep van tussen zes en negen kardinalen die paus Franciscus geregeld bijeenriep om hem te adviseren, was niet genoeg gebleken.
Maar is een keer per jaar overleg wel genoeg? Is een kardinaalsraad ernaast toch niet ook een goed idee?
Tegenover deze krant zei de Luxemburgse kardinaal Jean-Claude Hollerich - lid van de kardinaalsraad van Franciscus - dat zo’n kardinaalsraad wat hem betreft weer opgericht zou moeten worden. Met een grote representativiteit, voegde hij eraan toe.
Collegiaal en/of synodaal
Hoe dat dan moet, zei hij niet, maar je zou je kunnen voorstellen dat de leden ervan, misschien per werelddeel, door hun collega’s gekozen worden in plaats van door de paus zelf.
Zo zijn er dus twee uitdagingen voor de paus: synodaliteit en ‘collegialiteit’, de gedeelde verantwoordelijkheid van de paus met zijn collega-bisschoppen, onder wie ook de kardinalen. Hoe kunnen die twee gecombineerd worden?
Paus Franciscus gebruikte de term ‘synode’ op wereldschaal voor een lang proces waarin iedereen kon meepraten. De laatste stap daarvan was de eigenlijke bisschoppensynode. Daar mocht van Franciscus ook een aantal niet-bisschoppen aan deelnemen, voor het eerst. Zo werd collegialiteit (tussen de bisschoppen) ingebed in synodaliteit (van de gehele kerk).
‘Onze collegialiteit moet vorm krijgen binnen een synodale kerk’, zei een van de kardinalen vorige week bij de Vaticaanse poort. Hij verwoordde de mening van de meerderheid die op de lijn van Franciscus zit en die herklerikalisering wil voorkomen.
De behoudende minderheid denkt echter andersom: zij vindt dat consultatie van leken binnen de collegialiteit van geestelijken vorm moet krijgen. En volgens sommigen liefst niet al te veel of al te vaak.
Leo als bruggenbouwer, ook met de Duitsers
Een idee is om naar Duitsland te kijken. Je durft het hier in Rome haast niet te zeggen, want alleen al het uitspreken van het woord ‘Duits’ doet binnen Vaticaanse muren de haren ten berge rijzen. De Duitse kerk wordt veelal gezien als een stel arrogante en eigengereide ultraprogressieven die zich van de wereldkerk weinig aantrekken.
Maar de manier waarop tijdens de eigen Duitse Synodale Weg tussen 2019 en 2023 besluiten werden genomen, was veel conservatiever dan wat paus Franciscus met zijn synode deed.
Elk voorstel moest namelijk twee meerderheden behalen: een absolute meerderheid van vijftig procent van alle gedelegeerden - leken, priesters, diakens en bisschoppen - en daarnaast een gekwalificeerde, tweederdemeerderheid van de bisschoppen.
In oktober 2028 volgt in het Vaticaan opnieuw een belangrijke stap in het kerkhervormingsproces van paus Franciscus: een ‘kerkelijke vergadering’. Geen synode dus, maar een ontmoeting om de synodale kerk verder handen en voeten te geven. Als er gestemd moet worden, is misschien het Duitse model een oplossing die men in Rome zou kunnen overwegen.
Paus Leo XIV liet eerder als kardinaal achter gesloten deuren zien bruggen te kunnen bouwen met de Duitse kerk, die door velen als ‘opstandig’ wordt gezien. Dat kan een teken zijn dat hij minder bang is voor Duitse modellen dan anderen. Misschien is het zelfs wel een model voor een volgend concilie.
Gerelateerde berichten

05-03-2025 Nederlands Dagblad
Dit is bijzonder: er gaat een nieuw klooster open in Nederland! De wederopstanding van de kapucijnen
Het mag wel een wonder heten: er opent een klooster, in plaats van dat er één sluit. De kapucijnen trekken het Emmausklooster...
.jpg?width=575&height=627&crop=0%2C0%2C1480%2C1207&format=jpeg&dpr=1.0&signature=3af087a60afc69638d24914e8a6d7689a2df3ced)
28-11-2023 Nederlands Dagblad
Brieven uit Rome moeten hervormende Duitse katholieken in bedwang houden en conservatieven geruststellen
Ondanks stoptekens uit Rome gaat de Duitse Katholieke Kerk onverstoord verder met hervormingen. De paus en zijn rechterhand stuurden allebei een waarschuwingsbrief,...

28-09-2020 IRS
Is de Rooms-Katholieke Kerk in Nederland hetzelfde als in Zuid-Europa en Zuid-Amerika?
Natuurlijk behoort de nederlandse rooms-katholieke kerkprovincie ook tot de wereldwijde R.K.- kerk. Echter na het 2e Vaticaanse Concilie *( dit werd van...
.png?width=575&height=359&crop=0%2C0%2C120%2C73&mode=fit&format=jpeg&dpr=1.0&signature=0626ae7edf168e229bebe28a3d85afb5069d303a)
